Stof tot nadenken

 PRIKKEL

Hoop

Diep in onszelf dragen wij de hoop.
Als dat niet het geval is, is er geen hoop meer.
Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd.

Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is ongeacht de afloop, het resultaat.

Vaclav Havel (bron: Medemens)

De graankorrel
Vlak voor zijn lijdensweg, zijn sterven en opstanding zegt Jezus: de graankorrel moet in de aarde vallen en sterven om vrucht te dragen. Hij bedoelt: ik moet sterven om vrucht te dragen. De weg van het zaad is de wet van de natuur, al is het een smartelijk proces. Want wat je zaait ben je kwijt, je ziet het in die vorm niet meer terug, het gaat in de aarde verloren, het vergaat. Zaaien is loslaten, is prijsgeven -op hoop van zegen.
Dit geeft ons een beeld van God. God is natuurlijk geen zaad, Hij moet niet sterven om voort te bestaan maar Hij kiest er voor om weerloos in ons midden te zijn, als de liefde uit 1 Korintiërs 13 die niet zichzelf zoekt maar die bereid is om alles te doorstaan. God is niet de krachtpatser waar velen Hem voor houden maar Hij gééft zich zonder reserve. God is lief.
Het heeft Jezus strijd gekost om zaad te zijn en zich prijs te geven aan de dood, aan God. Hij heeft onder tranen gebeden: Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan.
De weg van de graankorrel in de akker is vol belofte, want uit het stervende graan ontkiemt nieuw leven. Dit is een beeld van de opstanding. Jezus sterft om uit de dood te worden opgewekt. De vrucht van Jezus’ sterven is dat zijn gezindheid, zijn geest van liefde over mensen vaardig wordt. De Heer wil zich in zijn volgelingen vermenigvuldigen, dertig-, zestig-, honderd-, miljoenvoudig. Hij wil zijn leven, zijn Geest in ons planten en voortplanten.

(bron: preekschetsen van Paul Oskamp)

Wachten op een wonder

Ik heb gehoord dat velen van jullie zitten te wachten op een wonder,
een wonder dat ik, jullie God, de wereld zal redden.

Hoe zal ik redden zonder jullie handen?
Hoe zal ik rechtspreken zonder jullie stem?
Hoe zal ik liefhebben zonder jullie hart?

Vanaf de zevende dag heb ik alles uit handen gegeven.
Heel mijn schepping en mijn wondermacht.
Niet jullie, maar ik wacht nu op het wonder.
(Uit: Medemens, Luc Gorrebeek)